2015270844.jpg

Nietserigheid

Hoeveel atheïsten zijn er in Nederland? Meer dan 4 miljoen volgens onderzoeken naar religiositeit. Of: Misschien maar enkele honderden?

Mensen noemen zich graag 'atheïst'. Dat klinkt filosofisch. Zo kunnen ze zich verheffen boven ‘die stomme gelovigen’. Maar 'a' betekent slechts: 'niet'. Nietsers zijn het. Het is gemakkelijker iets niet te zijn, dan om wel iets te zijn. Voor niets heb je geen verstand, diploma of inspiratie nodig. Nietsers horen nergens bij. Ze vormen geen eenheid. Ze hebben geen leer. Ze vertegenwoordigen geen ideaal. Je hebt ‘niets’ aan hen.

Toch heb je op zijn minst één ding nodig, om je atheïst te kunnen noemen. Je moet de redenen voor het godsbestaan eerst bestuderen en dan verwerpen. Je kunt namelijk niet verwerpen waar je niets van weet. Dan ben je een gewone nietser, niet een filosofische. Maar de argumenten voor het godsbestaan begrijpen maar weinig mensen. De meesten nemen de moeite niet om na te denken, maar blèren liever zonder verstand. Echte atheïsten zijn een soort intellectuele voorhoede onder de niet-weters, niet-doeners en niet-gelovers.

Nietsers hebben geen leer, beginselverklaring, doel of ideaal. Zodra ze dat wel zouden hebben, zijn ze geen nietsers meer. Met 'niets' zijn ze erg incompleet. Al in de Psalmen zien we dat de maatschappij bestaat uit ietsers en nietsers. Neemt het aantal nietsers toe, dan ook het morele verval.

Vanwege de getalsmatige sterkte denken nietsers, tv-producenten, journalisten en politici dat 'Niets' de norm is. Daar slaan ze de plank mis. Zelfs het bestaan van Nederland is onverklaarbaar uit het niets. Dit land is een christelijke natie die verdwaald is. We moeten dringend een ander geluid laten horen in dit land. Het is vreselijk onbarmhartig de nietsers te vertellen dat niets genoeg is. Niets is mensonwaardig. Waar blijft het getuigenis van de christenheid? Die is zo verdeeld, zo zwak-begaafd, zo wankelmoedig, dat we daar ook al geen loftrompet over kunnen steken.

Hoe nietserig zijn de nietsers? Met een Boeddhabeeldje in de tuin ("Wij zijn nog wel een beetje religieus, hoor..."), een jaarlijks bezoek aan de Matteüspassion ("Maar daar moet je niets achter zoeken"), hun hang naar oosterse mystiek ("Dat zijn oude waarheden."), alternatieve spirituele genezers bij het leven, geloof in voorspellingen van de Azteken en Inca's”of in voorspellende tekenen in het dagelijkse leven ("Dat was beslist geen toeval..."). De nietsers volgen hun eigen ‘leer’ niet. Ze zijn a-a-theïsten, of beter: kreupele crypto-gelovigen.

Bram krol