Het Ref. Dagblad over Aaldert van Essen, schijn-therapeut en sekteleider 

Ze zochten er hulp voor hun psychische problemen maar kwamen van de regen in de drup. Ex-cliënten van de evangelische leefgemeenschap Hoeve Jedidja in Meerkerk doen een boekje open over voorganger-therapeut Aaldert van Essen. Voor de derde keer op rij wordt hij beschuldigd van seksueel wangedrag.

Het landgoed aan de zoom van de Alblasserwaard ligt er op deze zonnige najaarsmorgen vredig bij. Grazende koeien, eeuwenoude boerderijen en een serene rust. Het lijkt de ideale omgeving voor mensen die het niet meer trekken. Aaldert van Essen had voor zijn therapeutisch centrum geen betere plek kunnen uitzoeken.

Aan de deur verschijnt een hulpverlener die weigert om op vragen in te gaan. De oprichter van het centrum, de 74-jarige Aaldert van Essen, is er niet. Hij is enkele dagen in retraite. Een poging om hem telefonisch te benaderen, eindigt in het afbreken van het gesprek voordat het goed en wel op gang is gekomen. Er bestaat kennelijk weinig aandrang om opening van zaken te geven en dat is ook niet zo verwonderlijk. De beschuldigingen van ex-cliënten aan zijn adres liegen er niet om.

Alleen de vrouw van Aaldert is wat spraakzamer. Via haar mobiele telefoon laat ze weten dat alle aanklachten tegen haar man afkomstig zijn van mensen die in het centrum niet meer waren te handhaven en nu hun frustraties willen uiten.

Van Essen begint zijn loopbaan als biologieleraar maar breekt die af nadat hij zich begin jaren tachtig van hogerhand geroepen heeft gezien een zogeheten Volle Evangelie gemeente  in Zwijndrecht van de grond te tillen. Onder zijn bezielende leiding groeit de kerkelijke gemeenschap  als kool. Een aantal van 800 bezoekers per dienst is geen uitzondering.

Al even snel als zijn ster omhoog is geschoten, daalt die weer. Tien jaar na de oprichting wordt hij beschuldigd van financiële malversaties en handtastelijkheden bij twee vrouwelijke gemeenteleden. Aaldert wordt afgezet als leider, spant nog wel een kort geding aan dat hij ook nog wint maar zijn rol bij de gemeente, die zich Nehemia noemt, is uitgespeeld.

Intussen heeft hij een volgend project uit de grond gestampt en ook dat is succesvol: woonboerderij de Neshoeve aan een idyllisch riviertje in Ridderkerk-Rijsoord. Aaldert heeft wat diploma’s behaald en vindt zich voldoende gekwalificeerd om in de kolossale boerderij een therapeutisch centrum te vestigen. Ook nu weer zegt hij van boven aanwijzingen te krijgen hoe het project het beste gestalte kan krijgen.

Er wordt driftig verbouwd en het  resultaat mag er zijn. Het centrum herbergt 20 kamers, enkele woonhuizen en eet-, studie- en gebedszalen. Het is de bedoeling dat mensen met psychische problemen hier een veilige haven vinden. Professionele krachten passen niet in Aalderts concept. In eerste instantie zijn alle therapeuten ex-patiënten. De beste hulpverleners zijn volgens hem mensen die zelf een persoonlijke crisis hebben doorgemaakt. Je mag er ook langere tijd blijven. De droom van Aaldert is hier een grote, christelijke familie te stichten.

De Neshoeve kan de toestroom van cliënten maar nauwelijks aan. Ook weten honderden cursisten de weg naar Ridderkerk te vinden. Maar ook nu gaat het weer mis en ontstaat er ruis op de lijn. Er komen klachten van cliënten over ontucht.

Op miraculeuze wijze heeft Aaldert het voorzien. Voordat zich een zestal vrouwen bij de politie meldt,  schrijft  hij een boek met als titel “Roeping? Ga er dan voor!” waarin hij de bui levensgroot ziet hangen.“Na vele jaren hulpverlening ben ik er echt wel achter, dat een aandachtvraagster verzonnen handtastelijkheden uitstekend kan gebruiken. Ze vindt namelijk overal gehoor!”

Dat laatste klopt in zoverre  dat justitie de aangiften serieus neemt. Er volgt een justitieel onderzoek en Aaldert moet in 2006 voor de rechter verschijnen. Daar haalt het openbaar ministerie echter een zeperd. Zowel de rechtbank in Rotterdam als het hof in Den Haag oordelen dat  het ijs te dun is. Het wettig  bewijs dat Aaldert ook echt zijn boekje te buiten is gegaan, kan niet worden geleverd. Wat vooral ontbreekt, zijn getuigen.

Aaldert ziet de vrijspraak als een grote overwinning en meent dat hij onschuldig is bevonden. Maar na het rechterlijk vonnis blijven de klachten binnenstromen. Ex-cliënten bellen naar de Neshoeve dat ook zij hun verhaal kwijt willen. In de meeste gesprekken wordt volgens de staf melding gemaakt van “zeer aangrijpend en persoonlijk leed” dat door Aaldert is veroorzaakt.

In 2013 is de maat vol en wordt Aaldert geconfronteerd met de klachten. Hij en zijn vrouw Dineke hebben zich dan al teruggetrokken uit hun operationele functie maar Aaldert is nog wel voorzitter van de stichting die verantwoordelijk is voor de exploitatie van het therapeutisch centrum. Er vindt een pittig gesprek waarin hij volgens een latere verklaring van de Neshoeve erkend dat hij over de schreef is gegaan. Op staande  voet wordt hij ontslagen.

Uit zijn eerdergenoemde boek blijkt dat hij zich een andere route had voorgesteld.  Abraham en David waren mannen die de fout ingingen maar net als hij hadden ze een roeping. Na betoond berouw konden ze die toch behouden. “Als de Here jarenlang kan blijven werken door een leider die ernstig zondigt, kunnen wij dan niet werken met een leider die zijn zonde belijdt en opnieuw begint?” Dat zag de staf van de Neshoeve toch anders.

Op de website van het  Ridderkerkse zorgcentrum valt een verklaring  te lezen die niet voor tweeërlei uitleg vatbaar is. Ook brengt de staf de Inspectie voor de Gezondheidzorg op de hoogte. Vermeende slachtoffers wordt geadviseerd om voldoende tastbaar bewijsmateriaal te  verzamelen, zoals opname van gesprekken en video’s, en dat te overhandigen aan justitie. 

Aan de roeping van Aaldert van Essen als leider van een therapeutisch centrum lijkt na het gedwongen afscheid van Ridderkerk abrupt een eind te zijn gekomen maar  het bloed kruipt waar het niet gaan kan. Samen met enkele getrouwen strijkt hij neer aan de Broekseweg in Meerkerk, waar hij een boerderij kan betrekken die qua ligging niet  onderdoet voor het centrum in Ridderkerk. Hoeve Jedidja, wordt de naam van het nieuwe  onderkomen.

“Leefgemeenschap voor mensen met een psychiatrische stoornis”, zo presenteert het zich op internet. In allerijl worden nog wat medewerkers klaargestoomd om aan de geldende eisen te  voldoen.

De boerderij en bijgebouwen bieden onderdak aan zeven cliënten en een echtpaar dat  als hulpverlener fungeert. In het naburige Hoogblokland wordt nog een tweede locatie afgehuurd. Daar wonen Aaldert van Essen en zijn vrouw, houdt hij kantoor en bivakkeren ook nog eens cliënten.

De maandelijkse lasten kunnen worden opgebracht  dankzij de torenhoge PGB’s die cliënten meebrengen. Een PGB is in dit geval het budget dat hangt aan de classificatie die een psychiater aan een cliënt toekent. Hoe ernstiger de stoornis, hoe hoger het bedrag dat een cliënt dan wel patiënt kan besteden aan hulpverlening. Bedragen van 50.000 euro per persoon per jaar zijn bij de zwaardere classificaties geen uitzondering.

Een ex-bewoners van Hoeve Jedidja, die om begrijpelijke redenen anoniem wil blijven (“ik heb het al zwaar  genoeg”),  doet een boekje open over hoe dat ging. “Op weg naar de psychiater vertelde een van de hulpverleners me welke antwoorden ik moest geven. Zo kon het PGB zo hoog mogelijk worden opgedreven.” Een betrokkene: “Jedidja is gewoon een geldfabriek.”

Sinds enkele maanden duiken er ook weer verhalen op over seksueel wangedrag van Aaldert van Essen. Dat heeft intussen geleid tot een  aantal aangiften bij justitie. Of dat uitmondt in een nieuw strafrechtelijke onderzoek leidt, kan het openbaar ministerie nog niet zeggen.

Ex-cliënten vertellen dat Aaldert moeilijk zijn grenzen kan bewaken en ook moeite heeft zijn handen  thuis te houden. Hij voerde, zo zeggen ze, een-op-een gesprekken  met hen terwijl dat tegen alle regels in de hulpverlening is. Soms hield Aaldert weigerachtige dames voor dat intimiteit goed voor hen zou zijn. Ook maken ze melding van alcoholgebruik door hulpverleners onder diensttijd.

De Inspectie voor de Gezondheidszorg  (IGZ) zit intussen op het vinkentouw. Of het lopende onderzoek verband houdt met klachten over het povere niveau van de hulpverlening, wil een IGZ-woordvoerder niet zeggen. “Niets moet, alles mag”, luidt volgens de getuigenissen het motto op hoeve-Jedidja. De therapeutische gesprekken zouden weinig om het lijf hebben.

Een van de ex-cliënten zegt zich onderwerpen te hebben aan duiveluitdrijving. Dat was volgens Aaldert goed voor haar. Het gegil ging door merg en been. Andere bewoners konden de sessie zodoende op de voet volgen.  

Sinds 1 oktober heeft Aaldert zich teruggetrokken, zegt Linda den  Houdijker. Zij zwaait sindsdien de scepter op de hoeve. Toch blijft Aaldert nauw verbonden met de leefgemeenschap want hij woont nog steeds op de locatie-Hoogblokland terwijl zijn vrouw Dineke fungeert als voorzitter van het bestuur.

Aaldert zelf is van alle aanklachten niet onder de indruk. Aan de gelegenheid tot wederhoor zegt hij geen enkele behoefte te hebben.  Hij is immers al vaker de dans ontsprongen. Het moet hem een gevoel van onkwetsbaarheid bezorgen.

In kader

De leiding van de Neshoeve is Ridderkerk is tegenwoordig in handen van een nieuw managementteam. Voorzitter van de overkoepelende stichting is Henk-Jan van Essen, een zoon van Aaldert. Hij zegt geen contact meer te hebben met zijn vader en moeder.

In een verklaring die De Neshoeve vorig jaar heeft opgesteld, is te lezen dat oprichter Aaldert van Essen lijdt aan een narcistische persoonlijkheidsstoornis. Narcistische mensen hebben een overmaat aan eigenliefde en misbruiken anderen om aan hun  gerief  te komen.

Henk- Jan: “De diagnose narcisme is nooit gesteld maar op grond van gesprekken met diverse mensen die hem ook kennen, is sterk die indruk ontstaan. Zijn uitspraken en het gedrag dat hij vertoont, lijken heel erg op dat wat je ziet bij mensen met een narcistische persoonlijkheidsstoornis.”

Intussen heeft de Neshoeve een doorstart gemaakt. De instelling heet nu “Zorgcentrum De Nes”. Het is een beschermde woonvorm voor 22 mensen met psychische problemen.

De Nes is tevens van werkwijze veranderd, geeft Henk-Jan van Essen aan. “ We hebben er de afgelopen jaren hard aan gewerkt een professionele zorginstelling neer te zetten die voldoet aan alle eisen van de inspectie. Daardoor verwijzen partijen zoals De Hoop, Eleos en Julius hun cliënten tegenwoordig naar  ons door. We kijken nu vooral vooruit en willen het verleden ver achter ons laten.”  

In kader

Bij Bram Krol, kenner van de evangelische wereld en expert op het gebied van sekten, kwam Aaldert van Essen al op zijn pad toen hij nog voorganger was in Nehemia, de Volle Evangelie Gemeente in Dordrecht die in recordtijd van niets naar 800 bezoekers uitgroeide. “Ik heb daar zelf een keer mijn licht opgestoken”, vertelt hij. “Ik hoorde dat er  aan duiveluitdrijving werd gedaan. Dat begon soms vroeg in de avond tot diep in de nacht. Aaldert en een broeder uit de gemeente vormden de leiding.  Je moest geheime zonden opbiechten. Dat trucje ken ik. Zo wordt je privacy kapotgemaakt en zo kun je mensen financieel en emotioneel van je afhankelijk maken. Gemeenteleden werden onder druk gezet om verborgen zonden op te biechten. Anders konden de boze geesten niet worden uitgedreven.”

Van Essen kon inspirerend preken, dat moet Krol hem nageven. “Maar ik had toch al snel het idee dat het niet koosjer was. Het rammelde aan alle kanten.”

Omdat hij bekend staat als kenner van sekten, kwamen vrouwelijke gemeenteleden van Nehemia bij hem met klachten over seksuele intimidatie door Aaldert van Essen.  Wat hij weet, is dat die klachten zich opstapelden  en dat de broederraad (kerkenraad) Aaldert er toen uitgezet heeft.

Krol zegt het boek van Van Essen “Roeping? Ga er dan voor!” met walging te hebben gelezen. “Ik werd er onpasselijk van.  Aaldert kondigt daar al aan dat geprobeerd zal worden om hem in diskrediet te brengen. Hij als gelovige stelt zich voor als het slachtoffer van slechte mensen. Maar de verhalen die ik uit eerste hand gehoord heb, waren helemaal niet  afkomstig van mensen die hem in diskrediet wilden brengen. De klachten waren ernstig en vertoonden eenzelfde patroon. Dat deed me toen al het  ergste vrezen.”

Het Ref. Dagblad  uitgave 14 Nov. 2014