zendingsnieuws

Wilt u Een zendingsreis zelf meemaken met Bram Krol?

Dit kan voor de  18 daagse reis naar Nepal van 15 Feb. 2019.
Voor meer informatie hierover klik onderstaande link naar het laatste nieuws.

Volg het laatste nieuws over de zendings projecten in o.a Nepal, India, Ivoorkust, Kongo en Somaliland

Jezus is God

Hij zou ter dood worden veroordeeld, al lang voor Goede Vrijdag. Maar toen gebeurde er iets, dat zijn tegenstanders voor een tijdje de mond snoerde, hoezeer ze Hem ook te grazen wilden nemen. En die gebeurtenis wil ik hier uitdiepen, omdat die ook ons kan overtuigen van de wijsheid en waarheid van Jezus.

 

In onze tijd staat Jezus opnieuw ‘terecht’ om zijn claim dat Hij de Zoon van God is. Jood noch Mohammedaan wil dit horen, humanist noch Jehova’s getuige, vrijzinnige noch sektariër. Zonder enige kennis van zaken wordt Hij verworpen. Maar als we even luisteren naar de superieure wijsheid van Jezus, zien we een grotere waarheid dan die van onze intuïtie.

 

Al lang geleden heeft iemand me gevraagd dit op schrift te stellen, toen ik er eens over preekte. Het kwam er niet van. Voor een standaard bijbelstudie is dit onderwerp te omvangrijk.

We bestuderen Johannes 5, waar we vinden dat de Joodse leiders Jezus schuldig achtten aan sabbatsschennis. Hij had namelijk iemand genezen, wat volgens hun opvattingen op die dag niet mocht. Ze vallen Hem daarop aan. Dan antwoordt Jezus: “Mijn Vader werkt aan één stuk door, en daarom doe Ik dat ook.” (:17) Dat verergert de zaak. Dat wordt direct opgevat als godslastering, want zoals de zoon van een mens mens is, is de Zoon van God zelf ook God. Noch Jezus noch de orthodoxe Joden vatten dit symbolisch op. Anders had zich een andere discussie ontsponnen. “Vanaf dat moment probeerden de Joden Hem te doden, omdat Hij niet alleen de sabbat ondermijnde, maar bovendien God zijn eigen Vader noemde, en zichzelf zo aan God gelijk stelde.” (:18)

Daarop tempert Jezus de spanningen niet. Hij legt uit welke grote dingen het zoonschap van God inhoudt. De spanning moet nog aanzienlijk zijn opgelopen. Maar dan richt Hij zich weer direct tot zijn opponenten. “Als Ik nu over mezelf zou getuigen, dan was mijn verklaring niet betrouwbaar, maar iemand anders getuigt over Mij, en Ik weet dat zijn verklaring over Mij betrouwbaar is.” (:31,32) Wat betekent dit? Is Jezus niet betrouwbaar? Daarom gaat het niet. Achter de woorden van Jezus schuilt een diepere bedoeling. In feite zegt Hij: ‘Jullie willen de doodstraf over Mij uitspreken? Dan zul je toch eerst een vonnis moeten vellen zoals het hoort, met hoor en wederhoor.’ In een rechtszaak bepleit de aangeklaagde altijd zijn eigen voordeel. Maar heeft Hij getuigen? Die kunnen de doorslag geven.

Een getuige moet aan een aantal vereisten voldoen.

* Hij moet goed bij zijn zinnen zijn

* Hij moet onafhankelijk zijn van de aangeklaagde of andere getuigen

* Er mag geen bijbedoeling meespelen

* Hij moet uit eigen ervaring spreken

* Hij moet met een eenduidig en samenhangend verhaal komen

            Maar waar vind je getuigen die van de godheid van Jezus kunnen getuigen? Welk mens is daar groot genoeg voor? Bestaan zulke getuigen wel?

De Joodse wet vereist voor het toepassen van de doodstraf een proces met minstens twee getuigen. “Het doodvonnis mag alleen op grond van de verklaring van ten minste twee getuigen worden voltrokken, één getuigenverklaring is onvoldoende.” (Deuteronomium 17:6) Minstens twee, dat wil zeggen dat twee wel aan de magere kant is. Drie dan. Maar wie zijn daar geschikt voor?

De eerste getuige die Jezus aanvoert is Johannes de Doper. “U hebt boden naar Johannes gestuurd en hij heeft een betrouwbaar getuigenis afgelegd. Niet dat Ik het getuigenis van een mens nodig heb, maar Ik zeg dit om u te redden. Johannes was een lamp die helder brandde, en u hebt zich een tijd in zijn licht verheugd.” (:33-35) Op het moment dat Jezus dit zegt, is Johannes al terecht gesteld. Toch getuigt hij. Hij werd door de bevolking massaal en unaniem als profeet erkend. Dat viel op, want er was al eeuwenlang geen profeet meer geweest. Ook de godsdienstige leiders kunnen niets tegen hem inbrengen. Ze hebben ‘het geval Johannes’ nauwlettend onderzocht. Daarom hebben ze ooit boden naar hem gestuurd. Ze hadden zijn boodschap willen afwijzen, maar hebben niets tegen hem kunnen inbrengen, zoals we in Johannes 1:19-28 lezen. Aangezien een profeet niets dan de waarheid mag spreken, moet iedereen naar hem luisteren. Hij is de boodschapper van God, en brengt een goddelijk bekrachtigd woord.

Heeft Johannes iets over Jezus gezegd? Zeker. Hij was zelfs zijn levensdoel. Johannes was de wegbereider van Jezus. Hij noemde Jezus het “Lam van God, dat de zonden van de wereld wegneemt” (Joh. 1:29) Hij zag Jezus als de Messias, op wie heel het volk wachtte. (Joh. 3:28) Hij sprak altijd over Jezus en verwees de mensen naar Hem.

De invloed van Johannes de Doper was heel groot, zelfs na zijn dood. Wanneer de Joodse autoriteiten willen weten waar Jezus zijn autoriteit vandaan haalt, beroept hij zich op Johannes de Doper. “In wiens opdracht doopte Johannes? Kwam die opdracht van de hemel of van de mensen. Ze overlegden met elkaar en zeiden: Als we zeggen: Van de hemel, dan zal Hij tegen ons zeggen: Waarom hebt u hem dan niet geloofd? Maar als we zeggen: Van mensen, dan krijgen we het volk over ons heen, want iedereen houdt Johannes voor een profeet.” (Matteüs 21: 25,26) Zelfs enkele jaren later komen we die invloed van Johannes nog tegen, en wel bij de historicus Flavius Josefus.  In boek 18, 5,1-3 van de Joodse oorlogen staat een interessante geschiedenis. Als Herodus in het jaar 37 (negen jaar na de dood van Johannes) een veldslag verliest tegen de Nabateeërs, ziet het overgrote deel van de mensen dat alsnog als een straf op de terechtstelling van Johannes de Doper. (Zie Bram Krol, ‘Jesus Multinational’, uitg. Ark Media, 2010, pag. 123)

De tweede getuige is de macht van Jezus om wonderen te doen, die Johannes vaak ‘tekenen’ noemt, omdat er een diepere betekenis in ligt, een verwijzing naar iets dat groter is dan het grootste wonder. Dit is geen natuurlijke persoon, maar heeft wel bewijskracht. De Joden wisten vanuit hun heilige boek dat de Messias wonderen zou doen zoals die nog niet eerder gebeurd waren, of die minstens te vergelijken zouden zijn met de dingen die gebeurd waren onder Mozes. Mozes kondigt dat al aan. Jesaja noemt het een aantal keren nadrukkelijk (blinden zullen zien, doven horen en lammen lopen; let op het meervoud). Tot op Jezus was dat nog nooit gebeurd. “Maar Ik heb een belangrijker getuigenis dan Johannes: het werk dat de Vader Mij gegeven heeft om te volbrengen. Wat Ik doe getuigt ervan dat de Vader Mij heeft gezonden. (:36)

Het ‘werk’ van Jezus heeft dikwijls mensen van zijn belang overtuigd. De kritische inwoners van Jeruzalem vinden dat ze Jezus als godsgezant moeten aanvaarden, ook al hadden velen moeite om tot dat standpunt te komen. “Onder het volk waren er velen in Hem gaan geloven, want, zeiden ze, wanneer de Messias komt, zal die niet meer wondertekenen verrichten dan Hij heeft gedaan.” (Joh. 7: 31) Hij deed zoveel tekenen, dat hij de Messias wel móest zijn. Dat overtuigde de mensen.

Jezus deed ‘scheppende’ wonderen. Hij bracht leven. Alleen de Schepper kan leven geven. Daarom probeerden de Joodse leiders zelfs Lazarus, die uit de dood was opgewekt, te vermoorden. (Joh. 12:10,11) Ze konden het feit niet ontkennen, dus probeerden ze de waarheid te verbloemen.

De derde getuige is God de Vader. Maar hoe weet je nu wat God zegt? Kunnen we zijn stem horen? Ja. Maar niet op subjectieve wijze; althans, dat zal anderen niet overtuigen. Maar God heeft zijn Woord aan de mensen gegeven, en daardoor weten we wat Hij wil. Van de goddelijke inspiratie van haar heilige boeken was elke Jood overtuigd. “De Vader die Mij gezonden heeft, heeft dus zelf een getuigenis over Mij afgelegd. Maar u hebt zijn woord nooit gehoord en zijn gestalte nooit gezien, en u hebt zijn woord niet blijvend in u opgenomen, want aan Degene die Hij gezonden heeft, schenkt u geen geloof. (:37,38) Hier zegt Jezus: De Bijbel getuigt van Mij, maar jullie willen daarvan niet weten. Dat is een ernstige beschuldiging aan het adres van mensen die de mond vol hebben van de Bijbel. Hoe kan dat?

“U bestudeert de Schriften en u denkt daardoor eeuwig leven te hebben. Welnu, de Schriften getuigen over Mij, maar bij Mij wilt u niet komen om leven te ontvangen.” (:39,40) Talloze profetieën over de komende Messias werden nauwkeurig vervuld in Jezus. Iedereen kon dat nagaan. Maar de tegenstanders redeneerden dat allemaal weg.

Zij meenden met God in het reine te kunnen komen door onder andere stevig de Bijbel te bestuderen. Maar een heilig boek redt niemand. Het is een richtingwijzer, en wel naar de enige Redder, Jezus de Messias. Niet de richtingwijzer redt; alleen de Redder.

Jezus voegt daaraan toe: “... Mozes, op wie u uw hoop hebt gevestigd, klaagt u aan. Als u Mozes zou geloven, zou u ook Mij geloven, hij heeft immers over Mij geschreven. Maar als u niet gelooft wat hij geschreven heeft, hoe zou u dan geloven wat Ik zeg?” (:45,46) De Joden gingen er prat op dat ze volgelingen van Mozes waren. Ze meenden dat te kunnen zeggen, omdat ze allerlei wetten precies nakwamen. Maar Jezus zegt dat ze de kern van de zaak misten. Mozes had de Messias aangekondigd, en door dat te negeren, verwierpen de ‘volgelingen van Mozes’ zowel Mozes als Degene die groter is dan hem.

Er liggen nog meer zaken. Wat betekent het geloof in één God voor ons geloof in Jezus, de Zoon van God? Hoe moet je dat verklaren? Maar hiermee willen ik voorlopig volstaan. De hyper intelligente woorden van Jezus raakten doel. Toen. Niemand kon daar tegenop. Ik hoop dat wij dit ook op ons laten inwerken. Jezus is God. Anders zou je niet tot Hem kunnen bidden en geen Redder hebben. Over Jezus moet je niet praten, je moet Hem kennen, met Hem leven, zijn kracht ervaren.

Bram Krol

nov. 2012