Over het vroegste begin van de Kerk op de Britse eilanden

                enkele onthutsende opmerkingen

Wanneer kwam het Christelijke geloof binnen op de Britse eilanden? In het jaar 37, nog voor de eerste zendingsreis van Paulus, binnen tien jaar na de opstanding van Christus? Of toch later? En hoeveel later dan?

In veel boeken wordt het jaar 597 AD gegeven als het begin van de Britse kerk. Toen werd op 25 december een massale doopplechtigheid gehouden  onder leiding van Augustinus van Canterbury, die het jaar daarvoor door paus Gregorius I naar Engeland was gestuurd om daar het Evangelie te brengen. Koning Ethelbert van Kent kwam tot geloof. Hij was getrouwd met de dochter van de Merovingische koning van Parijs, die Christen was.

Maar is dit inderdaad het begin van kerk en geloof op de Britse eilanden? Vóór 1900 stelden vrijwel alle kerkgeschiedenis-boeken dat de kerk daar in de eerste eeuw is begonnen. Wat is waar? En waarom die onzekerheid?

Van de natrekbare gegevens voert de bekering van koning Lucius van de Siluren (Zuid-Wales) ons het verst terug in de tijd. Hij vroeg aan paus Eleutherus om hulp om het geloof te kunnen aanvaarden.  Dit gebeurde volgens Gildas Badonicus in het jaar 156, maar Eleutherus was paus van 171-189. Nauwkeurigheid is niet de grootste deugd van Gildas, die zijn boek: “Over de ondergang en beklagenswaardige toestand van Brittannië’’ schreef in 540 als een commentaar op de Britse geschiedenis. Hij wordt daarom gezien als de eerste Britse kerkhistoricus. Dezelfde bewering wordt herhaald door Bede Venerabilis in 631. Deze auteur is nauwkeuriger, maar baseert zijn kerkgeschiedenis sterk op die van Gildas. Rond 830 bouwt ook de monnik Nennius in zijn geschiedenis van Brittannië voort op Gildas.

Er is een complicatie. De naam Lucius is niet bekend onder de vele koningen in Brittannië (de Britse eilanden telden aan het begin van onze jaartelling meer dan 20 verschillende koninkrijken). Is zijn naam een verlatijnsing? De datum van diens bekering voert ons weliswaar naar de tweede eeuw, maar was dat 156 of na 171? Die onzekerheden brachten veel historici ertoe Lucius te beschouwen als een vrome vervalsing. Door de nadrukkelijke vermelding van Lucius door Gildas en Beda zie ik er liever een onnauwkeurig vastgelegd feit in. Er is nog een reden om ‘de bekering van Lucius’ in de tweede eeuw serieus te nemen.  Veel legenden stikken van de wonderverhalen, maar dat is in de verhalen over Lucius niet het geval en paus Eleutherus is bekend. Dat zijn belangrijke zaken om het bestaan van een Britse kerk in de tweede eeuw aan te nemen.

We gaan nog wat verder. Er zijn tal van belangwekkende archeologische gegevens. Deze worden o.a. aangevoerd door Leslie Hardinge in “The Rise of the Celtic Church in Britain” (1972; overdruk van TEACH Services in 1995). Kort samengevat:

  1. Paternoster cryptogrammen van de tweede eeuw en mogelijk zelfs het eind van de eerste.
  2. Restanten van tweede-eeuwse kerken (Silchester en Caerwent).
  3. Chi-ro monogrammen uit de tweede eeuw. (d.i. een P – de Griekse ‘ro’- met een diagonaal kruis door de poot – de Griekse ‘chi’)
  4. Romeinse villa met doopvont in Lullingstone on the Darent, waarschijnlijk van het eind van de tweede eeuw.

Zowel Gildas als Beda wijzen op de grote christenvervolgingen in 304/5, die in het hele Romeinse Rijk woedden. Toen werd ook de bekende St. Alban gedood in Colchester, de eerste bij naam bekende Britse martelaar. Toen leed ook de toen reeds bestaande kerk in Schotland ernstig, vermeldt The Scottish Christian Herald (p. 711). Met redenen omkleed voert dit tijdschrift het begin van de kerk in die streken terug tot eind tweede/begin derde eeuw. (p. 710) Op de synode van Arles in Frankrijk waren in het jaar 314 drie Engelse bisschoppen aanwezig en nog twee andere Britse afgevaardigden, wat wijst op een georganiseerd en goed ontwikkeld kerkelijk leven. Dezen waren ook bij het Concilie van Nicea (325), bekend van de Niceaanse geloofsbelijdenis. Ninian (360-420) was volgens Beda de apostel der Schotten. (De Schotten woonden niet slechts in het huidige Schotland, maar bevolkten vooral ook Ierland.) Ninian stichtte in 397 de priory van Whithorn in Zuid-west Schotland (Galloway), waar ook een extreem oude herdenkingssteen is gevonden.  In 431 werd Palladius als missiebisschop naar Ierland gestuurd.

Om het nog wat spannender te maken:  Gildas schrijft dat de kerk in Engeland is begonnen in de tijd van keizer Tiberius (14-37). Dat sluit haarfijn aan bij tal van legenden, dat de kerk in Engeland is ontstaan in de tinstreek in het zuidwesten, waarin Glastonbury (Somerset) een grote rol speelde. In die plaats heeft Gildas een tijd lang gewoond en daar is hij gestorven en begraven.  De eerste contacten met het Evangelie zouden komen vanwege de toenmalige intensieve tinhandel met de rest van Europa en het Midden-Oosten. Daarin zou – volgens de legende – Jozef van Arimatea als koopman een grote rol hebben gespeeld. Hij had niet slechts een relatie met Jezus als een geheim volgeling van Hem, maar zou ook door familiebanden met Hem zijn verbonden. (Niet bewezen…)

Nog voor de eerste zendingsreis van Paulus zouden er al Christenen zijn geweest in Engeland. Eeuwenlang was dit de opvatting van de Britten. Later werd dit als legendarisch verworpen. Maar ook wat deze legende betreft, wil ik een kanttekening maken. Geen wonderverhalen, geen vreemde constructies, maar alles past heel redelijk in elkaar. Er waren tinmijnen, de toenmalige plaatsnamen uit die streken zijn bekend, er was een levendige tinhandel, er was ook toen al veel internationaal verkeer, De Britse eilanden waren een zeer ontwikkeld gebied en veel van haar inwoners spraken vreemde talen.

Verdere aanwijzingen (geen bewijzen) voor een zeer vroege eerste-eeuwse presentie van kerk in Engeland zijn: Pomponia, de vrouw van de Romeinse generaal  die (Zuid-)Engeland in 43 onderwierp aan het Romeinse gezag is in 57 ter dood gebracht omdat ze Christin was. En hoe zit ’t met de felste tegenstander van de Romeinen in de eerste eeuw, koning Cataracus van de Cymri (Catuvellani) in Zuid-Wales? De Romeinse geschiedschrijver Suetonius noemde hem ‘de koning der Britten’. Nadat hij werd verraden kwam hij in Rome terecht, waar hij in 64 een indrukwekkende rede heeft gehouden voor de Romeinse senaat (vermeld door Tacitus), wat zo’n indruk maakte dat hij het leven behield en later zijn vrijheid herkreeg. Hij (en zijn kinderen) zouden van groot belang zijn geweest in de kerstening van de Britse eilanden. Hun ballingschap in Rome viel ongeveer in de tijd dat Paulus daar ook verbleef. Zij worden gekoppeld aan de plaats Llandaff (Zuid-Wales, nu een wijk van Cardiff). Het staat buiten kijf dat in die plaatsen een zeer vroege Christelijke presentie was, maar aanwijsbaar slechts vanaf de derde of vierde eeuw.  Ook over het vermeende geloof van koningin Beadicea (rond 61) bestaan allerlei verhalen. Ook zij wordt beschreven door de Romeinse geschiedschrijver Tacitus rond het jaar 100. Maar waren ze Christenen? Dat is niet bewezen, maar wel heel goed mogelijk.

Ouder dan de vijfde eeuw zijn de eerste aanwijzingen van het Christendom in Whitby (North Yorkshire) en ook de geschiedenis van de kerk op het eiland Landisfarne (=Holy Island, Northumberland, bij de grens met Schotland) gaat aantoonbaar terug tot ver voor de komst van Augustinus van Canterbury.  Wie de kerk van Engeland in 597 laat beginnen, pleegt intellectuele fraude.

Een zeer vroege kerk in Engeland betekent dat er een Keltische kerk was, die bestond vóór de claims van de bisschop van Rome op pauselijke macht. In dat geval is de zending van Augustinus in 596 AD naar Canterbury niet de eerste kersteningspoging, maar een poging om de bestaande kerk te Romaniseren.

Naast talloze (!) overleveringen, legenden en verhalen die rondwaren in de Britse wereld, vinden we nog andere, en mijns inziens onweerlegbare feiten bij vroege Christelijke schrijvers. Dezen hadden geen enkele reden zaken te overdrijven. Hun getuigenissen zijn talrijk en bewijzen m.i. onweerlegbaar dat er reeds in de eerste eeuw een kerk was op de Britse eilanden.

In het jaar 96 schrijft Clemens van Rome, nog een tijdgenoot van de apostelen, in zijn eerste brief dat Paulus naar het Verre Westen is gereisd – evenals de apostel Simon de Kanaäniet - na zijn gedwongen verblijf in Rome. Het Verre Westen stond voor de Britse eilanden, hoewel sommigen er Spanje in willen lezen.  Ook het Fragment van Muratori (slechts zeer gedeeltelijk bewaard, stammend uit 170) vermeldt deze reis van Paulus.  Rond 303 vermeldt bisschop Dorotheüs uit Tyrus een kerk in Engeland sinds apostolische tijden. Het meest uitgebreid is Tertullianus (Carthago), die kort na het jaar 200 in Adversos Iudaios schrijft dat het Evangelie op de Britse eilanden zelfs is doorgedrongen op plaatsen waar de Romeinse troepen niet durven te komen. Origenes spreekt zo rond 225 in verschillende van zijn Homiliën over Britse Christenen. En ongeveer in 350 schrijft Hilarius van Poitiers (dé kerkvader van het Westen) ook over reizen van de apostelen naar de Britse eilanden. Hij  had veel connecties met deze streken. En dan laat ik de getuigenissen van Eusebius (in zijn kerkgeschiedenis van 324), Hiëronymus, die de Vulgata maakte, in zijn Chronica (ongeveer 400) en Chrysostomos (net voor het jaar 400) maar voor wat ze zijn. (Veel van deze gegevens kom je tegen in een subliem werk uit 1836: “The History and Antiquities of Somersetshire”, door Wilham Phelps, J.B. Nicholson and Son.)

Zelfs al laten we de verhalen van Jozef van Arimatea vallen als legendarisch, dan is er nog steeds geen reden te twijfelen aan het bestaan van een kerk in Brittannië in de eerste eeuw. De Britse kerk was één van de eerste kerken op aarde, en reeds ver voor de bekering van koning Trdat van Armenië (301) en keizer Constantijn van Rome (337) waren er al gelovige Britse vorsten.

Dit past geheel in de lijn die ik heb ontwikkeld in mijn boek Jesus Multinational. Sinds het schrijven van dat boek heb ik nog van allerlei ontdekt dat de boodschap alleen maar onderstreept: Christelijke presentie in de USA en mogelijk ook Mexico in de eerste eeuw (zie mijn artikel over ‘een nieuwe kijk op de ontdekking van Amerika’) en in Noord-India en Afghanistan. Mijn twijfels over de bewijsbaarheid van de oudste legenden over Glastonbury, Jozef van Arimathea en Llandaff zijn groot. Deze gegevens zijn historisch nog niet hard te maken. Ik verwerp ze noch aanvaard ze. Maar ook zonder hun getuigenis is het m.i. zeker dat de kerk van de Britse eilanden dateert van de eerste eeuw.

De les van de geschiedenis? De kerk van de eerste eeuw was groter, sterker, wijder verspreid en veel meer missionair dan historici tot hiertoe aannemen (op bedenkelijke gronden). En wanneer gelovigen de instructies, methoden en vooral de leer van de Bijbel opnieuw gaan volgen, zullen ze ook aanstekelijk en effectief missionair zijn, bulkend van liefde, wijsheid en kracht.

Bram Krol (13/11/’14)

Aangevuld en verbeterd op 26/11/’14