IK ZOEK EEN KERK

                             Maar hoe gaat het met de Kerk in de wereld?

Drie bijdragen

 De kerk zoals we die vrijwel wereldwijd tegenkomen, maar vooral in Europa en Noord-Amerika, heeft soms maar weinig gemeen met de kerk uit de Bijbel. De verschillen zijn zo groot, dat je je zelfs moet afvragen of wat zich aandient als kerk die naam nog wel waardig is. Ik noem een paar zaken waar kerken dwalen en rommelen.

 

Enkele verschillen van de hedendaagse kerken met die van het Nieuwe Testament:

  1. Geen vaste overtuiging, die voor iedereen geldig is en waaraan niet getornd wordt.
  2. Geen tucht, wat in feite niets anders is dan kwaliteitsbewaking.
  3. Geen continue evangelisatie die de hele maatschappij bestrijkt.
  4. Geen (of weinig) kleine groepen voor gebed, studie, vorming en begeleiding.

 

Kerkgenootschappen proberen het hoofd boven water te houden. Maar radicale vernieuwing, naar Bijbels model, blijft uit. Zelfs idealistische bewegingen binnen de kerkgenootschappen blijven ver verwijderd van de Bijbel.

 

Ik zoek een goede kerk. Aan welke vereisten die moet voldoen? Iets waar ik me thuis voel? Dat is te weinig. Dan kom ik terecht bij een vriendenclubje. Kerk houdt meer in dan jezelf prettig voelen. Ik zoek naar een kerk naar Bijbels model. Een kerk die mensen bekeert, vernieuwt, geneest, bevrijdt en vervult, of dat althans mogelijk maakt. Dat is het Bijbelse standaardrecept. Dus vraag ik aan kerken hoeveel mensen er het afgelopen jaar bekeerd zijn. Hoeveel alcoholisten of seks jakkeraars er hersteld zijn. Hoeveel mensen zijn er op gebed genezen?  Zijn er duivelen uitgeworpen? En er zullen toch zeker enige tientallen mensen vervuld zijn met de Geest? Dat verwacht je van elke kerk.

 

Als ik die vragen stel… Willekeurig ergens in het land. Geen sjoege, of heel spaarzaam. Nee, hier doen we niet aan vervulling. (Jezus zat volgens u dus fout?) Bekering is hier een privézaak. ((Dat wist die domme Johannes de Doper nog niet.) Genezing is uitbesteed aan het ziekenhuis. (Dat scheelt dan meteen weer een lading gebeden.) Duivelen tomen we in met pilletjes. (Staat dat dan ook al in de Bijbel?)

 

Wat doet u dan wel? O, er wordt een liedje gezongen en een gedichtje voorgelezen (maar wel graag van een literair niveau). Een kaarsje aangestoken onder orgelspel. Maar, vraag ik dan, is er nog iets van Jezus in uw kerk? Jawel. Er is ook een academische verhandeling vanaf de preekstoel, maar vooral niet te lang en zeker niet persoonlijk.

 

Maar, mijn lieve, wat moet ik daarmee? Ik zoek een KERK. Een echte. Gewoon eentje, zoals de Bijbel erin grossiert. Een kerk met kracht en waarheid. Het een gaat niet zonder het ander. Jezus sprak met kracht. Dat raakte de mensen. Hij toonde ook kracht. Maar wie de weg kwijt is, heeft zijn kracht ook verloren. De kerk is: “Het fundament en de pijler van de waarheid”, naar 1 Timoteüs 3:16.

 

Ik zal voorlopig maar genoegen nemen met een liedje, een kaarsje, een korte overdenking (meer kort dan doordacht). Ik houd van de mensen van mijn karrekie. Een kerk is toch ook een verbintenis met elkaar. En met de Heer. Als ik niet met krukken kan lopen, dan maar met een bezemsteel. Maar toch, ik blijf zoeken naar een doodgewone, simpele, Bijbelse kerk. Iets waar mensen worden bekeerd, vernieuwd, genezen, bevrijd en vervuld. Iets met karakter, een geestelijke boerenkoolmaaltijd, een strijdbare broederschap. Waar ter wereld?

 

Vernieuwing van de kerk betekent: een retour naar de Bijbelse waarheid en een nieuwe openbaring van de kracht van de Geest.

 

Wat ik op het kerkelijke erf zie gebeuren, vervult me met zorg. Dat lijkt wel het tegendeel van wat we nodig hebben. Hier volgen drie totaal verschillende bijdragen over de staat der kerk:

  1. De wereldwijde Rooms-katholieke Kerk
  2. Over reformatorisch Nederland (oorspronkelijk geschreven voor een bevriende predikant, naar aanleiding van een nieuw boek)
  • Individualisme versus Godsopenbaring als waarheidsbron.

 

…………………

Subpunt 1                       De wankelende RKK

                                                          Een systeemfout met grote gevolgen

 

Het was als een warme douche, toen ik de eerste gestencilde berichten las van De Weg, een vernieuwingsbeweging binnen de Rooms Katholieke Kerk. Het was begin jaren ’70. Hoe die stencils terechtkwamen op de leestafel van de Theologische afdeling van de Vrije universiteit in Amsterdam, is mij een raadsel. Maar ik kende Spaans en las daardoor zaken die me volslagen onmogelijk leken.

 

Het bijzondere van deze beweging was haar radicaliteit. Ik knipperde met mijn ogen toen ik las dat een Roomse beweging veronderstelde dat het merendeel van de kerkleden, en ook van de priesters, bestond uit mensen zonder een waarachtig geloof. De Weg (ook bekend onder de naam Neocatechumenaat) begon als een radicale vernieuwingsbeweging met nadruk op de ervaring van het persoonlijke behoud. De beweging trok veel aandacht, maar bracht toch ook de kerkelijke leiding in een lastig parket. Ze leek in haar beginperiode meer op een evangelische beweging dan op een onderdeel van de Roomse wereldkerk. Maar dat lijkt definitief verleden tijd.

 

Er was nog een andere grote vernieuwingsbeweging in de tweede helft van de vorige eeuw, de Katholieke Charismatische Vernieuwing. Deze groep had veel gemeen met tal van charismatische stromingen binnen het protestantisme. Die probeerden meer aandacht voor het werk van de Geest en een actieve geloofsbeleving te bevorderen in kerken waar de dynamiek van het geloof veelal was verwaterd. De Weg vond haar aanhang in het bijzonder in Zuid-Amerika, o.a. Bolivia, en in Italië, Spanje en Polen. De Charismatische Vernieuwing werd vooral heel sterk in Afrika. Hele bisdommen werden erdoor getekend.

 

Maar toen begon het langzame proces van een verroomsing van deze bewegingen. Stapje voor stapje werden ze gedwongen typisch Roomse elementen in hun activiteiten te benadrukken, zoals het primaat van de paus, de Mariaverering e.d. Het leken maar kleine stapjes, maar in de aanvangsperiode van deze bewegingen was daar weinig tot geen ruimte voor geweest. De Bijbelstudies van deze groepen verschilden niet veel van wat Protestanten deden en leerden. Maar dat veranderde; de kracht van deze bewegingen werd daardoor aanzienlijk verminderd. Ze werden voor een deel weer opgeslokt door het kerkelijke systeem dat ze hadden willen veranderen. Ze hebben nog invloed, maar hun profetische geluid is vrijwel verdwenen, lijkt mij.

 

Nou ja, verdwenen? Tientallen miljoenen zijn doorgegaan, maar buiten de grote RKK. Ze zijn nu te vinden in charismatische en evangelische kerken in Afrika en Zuid-Amerika. Maar een reformatie van de oude, monumentale RKK is er niet van gekomen. Maar de Roomse wereldkerk, die een geestelijke vernieuwing node is misgelopen, schudt op haar grondvesten.

 

Inmiddels is er een enorm schandaal boven water gekomen. In Franse kranten als de kwaliteitskrant Le Monde stonden opschriften als: “Een instituut dat faalde in haar missie” en “De kerk, een structuur van zonde.” Dat was nadat er een vernietigend rapport was verschenen hoe alleen al in Frankrijk de ‘pedofiliekwestie’ tienduizenden slachtoffers en duizenden daders telde. Misschien zijn het vijanden van de kerk, of anders diep teleurgestelde kerkleden, die zich afvragen of de kerk deze klap ooit nog te boven zal komen. Maar het is duidelijk dat de Roomse wereldkerk in zwaar weer terecht is gekomen.

 

Ik zie in dit probleem op de eerste plaats een systeemfout in de Roomse theologie. Een systeemfout kan een tijdlang onopgemerkt blijven, maar zal op den duur het voortbestaan van het geheel bedreigen. Dat er een fout zat, was al lang bekend. Het valt de leiding van de RKK te verwijten dat ze daar geen mouw aan heeft weten te passen.

 

Het probleem op zich is eeuwenoud, maar werd in onze tijd eindelijk bespreekbaar. Als ik me beperk tot mijn eigen waarnemingen, dan geeft dat een aardig beeld van wat zich op grote schaal afspeelde. Ik logeerde eens in een Roomse pastorie, ergens in Nederland. In de pastorie woonden drie geestelijken. Een huishoudster hielp hen. Nou ja, huishoudster? Het was overduidelijk van welke priester zij de partner was. Zo ging het misschien wel in honderden plaatsen in Nederland, duizenden in Europa. Het was algemeen bekend, maar je sprak er niet over.

 

In de Democratische Republiek Congo kun je openlijk vragen wie de kinderen zijn van de pastoor, en zelfs van de bisschop. Iedereen weet het. De belofte van kuisheid werd van binnenuit compleet uitgehold, waardoor veel mensen de geloofwaardigheid van de Rooms Katholieke Kerk ernstig betwijfelen. Dat maakte de stap naar protestantse en evangelische kerken des te gemakkelijker, temeer omdat hun geloofsbeleving meer aansluit bij die van de mensen in bijvoorbeeld Afrika en Zuid-Amerika.

 

Maar die pedofilie! Dat is nog weer een stuk ernstiger. Meer dan met de andere zaken kom je daarmee terecht bij wat ik noem: dé grote systeemfout in de Roomse theologie. Maar ook die andere morele missers vallen daaronder. Immoreel gedrag is in strijd met de Bijbelse opdracht om heilig en onberispelijk te leven, zoals ook de Roomse moraaltheologie dat leert. Het is strijdig met de belofte van kuisheid voor de gehele ‘geestelijkheid’. (Een beoefenaar van een geestelijk ambt wordt in de Roomse theologie als heiliger beschouwd dan het ‘kerkvolk’ en hij wordt daarom ‘geestelijke’ genoemd.) Maar hoe moet je handelen met geestelijken die in zonde vallen? Zij moeten – net als andere gelovigen – hun zonde belijden en penitentie doen. Als dat gebeurd is, en als er reden is om aan te nemen dat de zondaar oprecht berouw toont, krijgt hij vergiffenis. Omdat hij een geestelijke is - en een geestelijk ambt het hele leven in van kracht blijft - kan hij weer elders gaan werken. Hij wordt geacht daarna de juiste gedragscode te volgen. Dat is vaak, zelfs meestal, niet het geval, en de oude gewoonten herhalen zich.

 

Het is niet nieuw. Al in de middeleeuwen had de dorpspastoor wel ergens een liefje. Eeuwenlang hebben zich in de verborgenheid van de kloosters allerlei misstanden voorgedaan. Zolang je er niet openlijk over spreekt, lijkt het allemaal best mee te vallen. In het jeugdevangelisatiewerk ben ik mensen tegengekomen die als kind misbruikt waren door geestelijken in kindertehuizen. Ze konden toentertijd alleen nergens terecht met hun klachten. Tal van mensen waren er echter van op de hoogte. De kerk nam geen passende maatregelen. De misstanden bleven zich herhalen. Veel geestelijken bleven ongeestelijk.

 

Dat is de grote Roomse systeemfout. Schuld – vergeving – en dan de eindeloze herhaling van het kwaad. Er werd geen verzoening tussen dader en slachtoffer nagestreefd. Dat is de eerste kolossale misstap. En de tweede is: de goedgelovigheid dat na een excuus en een traantje de dader genezen en vernieuwd is. Maar het kwaad zit dieper. Dat laat zich niet met een Weesgegroetje verjagen. De dader bleef dezelfde boosdoener. De mensen die de fout ingingen, zagen om zich heen collega’s die lak hadden aan de morele regels van hun eigen kerk. Het hele systeem was huichelachtig*1, en dat is de derde fout. Wie leeft te midden van huichelaars, wordt snel meegesleurd. En zo werd ‘de ware Kerk van Christus op aarde’ tot de meest vooraanstaande huichelkerk. Daarmee pleit ik niemand en geen enkel kerkgenootschap vrij van zonde. Maar binnen de RKK zat het kwaad in het eigen systeem. Het doet me pijn dit te moeten constateren. Maar ontkennen noch negeren hebben enige zin.

 

Boven op de problemen met immoraliteit stapelde zich nog een ander probleem, namelijk onmenselijke toestanden in Roomse kinderhuizen en instituten door de opvang van ongehuwde moeders. Verplichte afstand van ongewenste kinderen, stiekeme abortussen en zelfs de dood van tallozen door mishandeling en in geval van de Canadese indianen ook zelfs veelvuldig moord op de oorspronkelijke bewoners van het land. Nu zijn vooral Canada en Ierland aan de beurt, maar dit kan aanleiding geven tot reeksen van aanklachten in andere landen. Wat staat ons nog te wachten?

 

De handhaver van de moraliteit, zoals de R.K.K. zichzelf in veel landen ziet, heeft op veel fronten gefaald. Ze heeft niet alleen gefaald, maar is moedwillig blijven falen (de systeemfout!) en heeft de misdadigers de hand boven het hoofd gehouden. Daarmee is deze kerk in een ernstige crisis terecht gekomen.

 

*1 Een verhelderend en onthutsend boek over deze materie is Sodoma (het geheim van het Vaticaan), Fréderic Martel, 2019, in Nederland uitgebracht door Uitgeverij Balans.

……………………..

Bram Krol

18-11-2021

 

 

Subpunt 2

 

Reformatorisch gedwaal

                                                          Vrijgemaakten op drift

 

Als een voorbeeld van wat er gebeurt in Reformatorische kerken, althans de ooit zeer geprononceerde Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt), de derde grote Christelijke denominatie in ons land, geef ik een boekbespreking. Er is ook daar veel in beweging, en niet altijd in een voor ieder herkenbare Bijbelse richting. Nadat er eerst veel openheid was ontstaan voor een minder dogmatisch ingestelde, evangelische vorm van geloofsbeleving, zien we toch ook veel verwarring.  

………………………….

HERKERKEN, de toekomst van geloofsgemeenschappen

Door: Remmelt Meijer en Peter Wierenga

Uitg. Vuurbaak, Amersfoort, 2020 (3e druk 2021)

 

Aanleiding voor het schrijven van dit boek: de terugloop van het bezoekersaantal van kerkdiensten en daarbij nog de coronacrisis, waardoor, naar de verwachting van de auteurs, een nog groter aantal mensen los zal komen te staan van de kerk. Verder: de irrelevantie van de kerk en zelfs haar afwezigheid in de maatschappij en een afnemende waardering van de traditionele kerkdiensten en vooral van de prediking onder kerkgangers. Het laatste speelt wel een belangrijke rol in het boek, maar het is de vraag in hoeverre het onderzoek van de auteurs representatief is. Als antwoord op deze problemen zijn de auteurs zeer kritisch op de huidige erediensten en zouden die willen afschaffen of laten vervangen door tal van niet nader gedefinieerde activiteiten.

Theologische ligging: de auteurs en de uitgeverij bewegen zich vooral binnen de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt). Dus: orthodox-protestant en typisch Nederlands.

 

Mijn reactie op de voorstellen van de auteurs van het boek:

Ik zie dit boek als een vrijzinnige ecclessiologie. Dat vanwege twee observaties. Ten eerste wordt er nauwelijks normatief verwezen naar de Bijbel als het gaat om de gemeente haar taak en roeping. Ten tweede wordt als uitweg uit de huidige malaise gezocht naar niet goed gedefinieerde groepsactiviteiten. Daarin moeten de deelnemers zelf een nieuw stukje ‘kerk’ ontdekken. Die groepen moeten in elk geval kleinschalig zijn, met een grote mate van persoonlijke betrokkenheid. Maar die groepen krijgen wel een taak mee. Ze moeten de traditionele kerkdienst geheel of gedeeltelijk vervangen. Dat zou dan een dynamische herstart van de kerk betekenen, mogelijk zonder de traditionele erediensten voor alle kerkleden, maar met tal van andere activiteiten. Ieder kan daarin iets van zijn gading vinden: persoonlijke ontmoetingen, kleine groepen voor Bijbelstudie en gebed, vieringen, sociale actie of gemeenschapsvorming. Maar wat voor waarheid zal daaruit naar boven komen? Waarheid is nooit het gevolg van onderling overleg. Waarheid wordt niet geproduceerd door organiseren van groepsactiviteiten. In deze tijd staat het ene, een halve generatie later weer iets anders in de belangstelling. Verandert dan de waarheid? Deze opzet is vrijzinnig, want vrijzinnigen zoeken het antwoord op levensvragen in eerste instantie in zichzelf, niet in de Bijbel. Dat is wat er hier wordt voorgesteld.

 

Het boek is rommelig van opzet. Op gemarkeerde linker pagina’s wordt een veelheid van mogelijke oplossingen aangeboden met vooral veel kritiek op het bestaande en zonder een samenhangend antwoord. Veel van de ‘oplossingen’ sluiten elkaar uit, maar ze hebben gemeenschappelijk een zekere afkeer van de traditionele kerkdienst. Die is definitief uit de mode, lezen we. Men lijkt de oude schoenen weg te gooien voordat de nieuwe zijn aangeschaft.

 

Wie op reis gaat heeft op zijn minst een idee waarheen (naar het zuiden, naar zee). Maar beter dan een vaag doel is een concreet eindpunt. Hoe moet je anders aankomen op een bestemming? De auteurs willen de gemeente een reis laten maken, maar zonder duidelijk einddoel. Gewoon op reis gaan, veel overleggen en dan komt er wel iets naar boven. Dat is een bom onder de kerk. Wat er aan vaste gewoonten bestaat zien de auteurs als fout of achterhaald. Dat moet ‘dus’ opzijgeschoven worden. Zo sterk zeggen de auteurs dat niet, maar dat komt desondanks op elke pagina aan de orde. Ze spreken over een ‘kantelpunt’, waar de huidige tijd ons voor plaatst. De kerk kan niet voort op de oude weg,

 

Elke periode kent van die grote termen, die aangeven dat het ‘anders’ moet. Paradigmaverschuiving was twintig jaar geleden de term; twintig jaar daarvoor ging het om het ‘hervinden van het ‘kerugma’, daarvoor was het woord ‘kairos’ in zwang, allemaal met min of meer dezelfde strekking. Ook de aangevoerde ‘verandertherapeut’ komt weinig verder dan algemene termen, zonder specifieke definities bruikbaar voor de kerk. Dat nauwkeurige ontbreekt ook bij de auteurs. Ze spelen in op onlustgevoelens die bij velen bestaan, maar blijven uitermate vaag in wat ze willen. Het overgrote deel van het boek bestaat uit vragen en twijfels, maar dan gelardeerd met flinke aanvallen op in onbruik geraakte of gerakende kerkelijke gebruiken (volgens de auteurs).

 

Alternatief. Bestaat er een andere manier van omgaan met de geconstateerde problemen van leegloop, onbehagen, irrelevantie? Allicht. Veel kerkelijke gebruiken in onze tijd zijn slechts een flauwe afspiegeling van de kerk van het Nieuwe Testament. Veel van wat verloren is gegaan kan en moet teruggevonden en hersteld worden. De broederschap is weg. De moderne Westerse kerk bestaat uit min of meer onbekenden, die zelden of nooit van hart tot hart met elkaar spreken en die samenkomen in onpersoonlijke erediensten. Kerkgangers lijken meer op een bioscooppubliek dan op de broederschap van de kerk van het allereerste begin. Evangelisatie gebeurt nauwelijks. Een gesprek over de staat van iemands ziel wordt als een inbreuk op de privacy beschouwd, ook al was dat de vraag die leidde tot het ontstaan van het Protestantisme: “Hoe vind ik een genadig God?” Dat staat ook als eerste vraag in het oude, maar in onbruik geraakte, leerboek van alle reformatorische kerken, de Heidelbergse Catechismus: “Wat is uw enige troost in leven en in sterven?” Voor het gevoelen van velen is deze vraag op zich verkeerd en is het een inbreuk op onze privacy. Daarmee stellen protestantse kerken hun bestaansrecht in de waagschaal. 

 

Er is meer communicatie nodig en veel meer studie. Maar veel kerken hebben de tweede wekelijkse kerkdienst afgeschaft. Dat was de leerdienst. Daarvoor is niets in de plaats gekomen. Dus: minder studie, in plaats van meer. Het catechisatiebezoek loopt zwaar achteruit en de inhoud ervan is in de loop der jaren in veel kerken ernstig verwaterd. Kleine groepen in de gemeente voor de studie van de Bijbel en gebed zijn nogal uitzonderlijk. Huisbezoeken zijn zeldzaam geworden, en waar ze wel plaatsvinden zijn ze vaak nogal inhoudsloos. En hoe zit het met de dagelijkse, persoonlijke lezing van de Bijbel door de gelovigen, de persoonlijke gebeden en het spontane geloofsgetuigenis in kerk en wereld?

 

Allicht valt er iets te doen aan verwaterde of geformaliseerde kerkdiensten. Maar de eerste behoefte aan verandering ligt op het terrein van het geloof van de kerkleden, in zoverre dat nog aanwezig is. Het grote probleem is niet ‘gebrek aan aantrekkelijkheid’ van de kerk, maar ‘gebrek aan geloof’.

 

Conclusie. Moeten de kerkdiensten op de schop, of zelfs naar de marge van het geestelijke leven verplaatst worden? Dan is er niets meer dat kerkleden bindt. Kleinere diensten, huisgroepen et cetera, allemaal prima. Maar ook in het Nieuwe Testament zien we hoe grote groepen gelovigen samenkomen, bijvoorbeeld op het tempelplein of tijdens een grote bijeenkomst in Troas. De apostelen konden grote gemeenten in hun geheel aanschrijven (Korinte, Rome). Als die manifestatie van eenheid en eenparigheid ontbreekt, zal de gemeente onbestuurbaar worden en ter ziele gaan. Daarom is het boek ‘Herkerken’ niet zomaar een poging tot vernieuwing. Het lijkt meer op een aanslag op de kerk, een poging tot vernieling.

 

De auteurs hebben de kerk geen dienst bewezen, ook al heeft het boek bij velen een tere snaar geraakt. Een vierde druk lijkt in de maak te zijn. Ging het zo ook niet, veertig jaar geleden in de Gereformeerde Kerken in Nederland? Eerst was professor Kuitert populair en werden zijn boeken door duizenden verslonden. Het was een alarmsignaal, zelfs een gifbeker en geen signaal van vernieuwing. Die kerken gingen massaal kapot… Volgen daarin nu de ‘vrijgemaakten’ en anderen die willen ‘herkerken’?

 

Bram Krol

5 okt. 2021

…………………………………………….

 

 Subpunt 3                      De strijd tussen individualisering en moraliteit

                                                                        Homohuwelijk als breekpunt?

 

Probleemstelling

Wereldwijd zien we een ongemak met morele vragen. Een nieuwe kijk op de materie lijkt in Europa en Noord-Amerika de meerderheid van de kerken mee te sleuren. Het homohuwelijk en andere vragen op het terrein van relaties en seksualiteit leiden op veel plaatsten tot emotionele botsingen. Is dat nodig? Is dat begrijpelijk?

 

In eerste instantie doet de bedoeling van moderne kerken sympathiek aan. Een moreel ruimere opstelling is heel acceptabel voor wie gedrenkt is in het humanistische denken - en daarmee nogal ver verwijderd is geraakt van een Christelijke visie. Maar is dat niet het geval met de overgrote meerderheid van de Christenen?

 

Enkele hot items van onze tijd liggen op het ethische vlak, zoals de aanvaarding van homoseksualiteit, geslachtsverandering en het zogenaamde homohuwelijk. In sommige gevallen, instellingen of landen is het zelfs verboden om een andere mening te verkondigen dan de voorgeschreven staatsideologie op deze punten. Dat brengt veel kerken in verwarring of het voert hen ver van de Bijbel af.

 

Dat zal ik moeten uitleggen. Om te beginnen wil ik een aantal principiële uitgangspunten naar voren brengen. We gaan ervan uit dat we iedereen moeten liefhebben. Iedereen moet de kans krijgen om rustig en gelukkig te leven, en elk mens heeft hierin een opdracht voor alle anderen. Ik hoop dat iedereen dat zal onderschrijven. We moeten iedereen aanvaarden, en meer dan dat, respecteren, liefhebben. We mogen zeker niemand kapot maken, beledigen en misschien zelfs tot wanhoop drijven. Dat is helaas vaak gebeurd wanneer het gaat om een ‘andere seksuele geaardheid’. Buitensluiten en verdacht maken zijn niet acceptabel. Maar betekent dat, dat we de homoseksuele levenswijze, het homohuwelijk of geslachtsverandering als een juiste keuze moeten beschouwen?

 

De Bijbel of een andere openbaringsbron?

Het moge duidelijk zijn dat de traditionele Christelijke ethiek en de uitleg van de Bijbel volgens algemeen erkende exegetische regels geen ruimte laten voor bijvoorbeeld het homohuwelijk, noch voor het praktiseren van homoseksualiteit. Een huwelijk is volgens regels die eeuwenlang in Europa voor onaantastbaar golden - zoals je dat ook in de Bijbel als een gezaghebbend gegeven vindt - een samengaan van één man en één vrouw in een levenslange verbintenis, met het oog op het (op natuurlijke wijze) verkrijgen van nageslacht. Daarnaast zijn er aan het huwelijk een aantal regels verbonden van zorgplicht, samenwoning, erfrecht en dergelijke. In die zin is een homohuwelijk zelfs een onmogelijkheid. Een samengaan van mensen is op zich nog geen huwelijk. Het is een samenlevingsvorm. Daar kan een samenlevingscontract aan worden gekoppeld. Maar een huwelijk is meer dan dat. Het (traditionele) huwelijk is een goddelijke opdracht.

 

Aanvaarding van vormen van seksualiteit die afwijken van wat Bijbels gezien acceptabel is, betekent voor de kerk dat ze op nogal wezenlijke punten een andere waarheid heeft gevonden dan die van de Bijbel. Dan heeft ze, logischerwijze, een andere openbaringsbron gevonden. Hetgeen waardoor we ons laten gezeggen is onze hoogste waarheid. In dit geval verwordt zo het ‘moderne denken’ tot een hogere waarheid dan de Bijbel, althans op deelgebieden. Dan verwordt de gangbare mening tot een ‘supergod’. Daar zit hem het venijn.

 

Wanneer we een andere waarheid volgen dan die van de Bijbel, ontkennen we daarmee dat God Zich in de Bijbel heeft geopenbaard. De algemene trend wordt dan onze hoogste openbaringsbron. Dat is een van de uitgangspunten van de Oosterse religies, maar dat is onverenigbaar met het Christelijke geloof.

 

Het moderne humanisme vindt dat vrijwel elke menselijke gril, gevoelen, wens of idee acceptabel moet zijn en niet veroordeeld mag worden op grond van een vaststaande morele code. Het Christelijke geloof vindt dat alles onder een Bijbelse kritiek gesteld dient te worden. Niet het nakomen van eigen wensen en gevoelens is vrijheid (dat slaat al snel door naar gebondenheid en verslaving), maar vrijheid zoekt naar een juiste morele koers. Niet onze grilligheid, maar onze overtuiging bepaalt wat vrijheid is.

 

Individualisme als bedreiging van kerk en maatschappij

Het doorgeslagen individualisme van de Westerse wereld wordt tot norm verheven. Er is een sterke tendens dit bijna verplicht te stellen voor de hele wereld. Dat heeft enorme gevolgen. Het leven wordt niet meer gezien vanuit maatschappelijke verbanden en morele waarden, maar vanuit de wensen en grillen van de individu. Dat heeft mede geleid tot een tsunami aan echtscheidingen. Dat is de kerk niet voorbijgegaan, waardoor haar huwelijksethiek toch al zwaar onder druk staat.

 

De aanvaarding van de ideeën van het moderne humanisme betekent onder andere, dat de kerk er onmogelijk een verplichtende morele seksuele ethiek op na kan houden. Buiten enkele absurditeiten en gruwelijkheden is immers alles in de maatschappij tot ‘acceptabel’ verklaard?

 

Zelfs de maatschappelijke samenhang staat onder druk. De een is nog gekker dan de ander, en alles wordt als ‘goed’ gezien. Maar daardoor herkennen mensen zich niet meer in elkaar en gaan onderlinge verbanden kapot.

 

Liefde, maar wat betekent dat?

Toch moeten we altijd goed zijn voor onze medemens, ook als die een andere lijn volgt dan wij wensen. Liefhebben is de opdracht. Gelijk geven is wat anders. Je kunt mensen liefhebben met wie je het oneens bent. Het probleem is dat je eenduidige uitspraken van de Bijbel opzij moet schuiven om de homoseksuele praktijk als moreel aanvaardbaar te beschouwen. Tegen dat probleem lopen we allemaal op. Hoe moet je dat oplossen? Een goed antwoord (Bijbels, exegetisch doorwrocht) ontbreekt mijns inziens tot op de dag van vandaag.

 

Zonder een antwoord te geven op de vraag hoe om te gaan met anders-georiënteerde mensen (dat zal zeker ook moeten komen), stel ik hier de basisvragen van de ‘slag om de ziel’ op papier. En daar komt meteen de vraag bij: Mag in de naaste toekomst een Christen nog origineel Christen zijn, of wordt hij – mede door de meeloperij van veel kerkgenootschappen – geforceerd tot een knieval voor het humanisme, alias het kwade? Er is een slag gaande om de ziel van de mens. Wanneer we beseffen dat een mens ten diepste een dwalende zondaar is, betekent dat ook dat we zijn strevingen moeten intomen en bijsturen.

 

Je kunt de zondaar liefhebben en tegelijk de zonde verwerpen. Is dat niet het voorbeeld van Jezus?

 

Hoe rekbaar is de kerk?

Hoelang kan een kerk werkelijk een Christelijke kerk blijven, als ze haar eigen principes met de voeten treedt? Het is niet voor het eerst dat zoiets gebeurt. Vaak zijn kerken het verlengstuk geweest van de politieke macht. Dat geldt nog steeds voor de kerk in Rusland, maar in de Communistische tijd was dat nog zoveel erger. De erkende kerken in China…  De Duitse kerken onder Hitler. De aanvaarding van slavenhouders en -handelaren in vorige eeuwen, het zegenen van de wapens in verwerpelijke oorlogen. Dergelijke kerken hebben hun kracht verloren, omdat ze ver zijn afgeweken van het Christelijke geloof. Dat blijft niet zonder kritiek van binnenuit. Misschien volgt er een geestelijke reiniging. Maar wat zal de schade zijn die door dit dwalen wordt veroorzaakt?

 

Slotconclusie

Bestudering van de Bijbel laat zien dat de homoseksuele praktijk verwerpelijk is en dat een homohuwelijk in feite geen huwelijk is. Maar hoe moet je daarmee omgaan, wanneer je al die ‘anderen’ wilt liefhebben? Gewoon, liefhebben, zoals dat ook geldt voor alle anderen met wie je het niet eens bent. Bijna elk mens loopt rond met problemen, verdriet, zorgen, pijn en moeite. Daarin staan we gezamenlijk voor de ‘strijd om te leven. ‘

 

Hoe je in de kerk moet handelen met verschillen van levenswijze en een andere kijk op moraliteit? Dat is een studie voor later. Maar officieel goedkeuren of zelfs faciliteren wat de Bijbel afwijst, is in geen geval acceptabel.

 

Bram Krol

18-11-2021