NIET-VRIJBLIJVEND VRIJ BLIJVEN

                        wat moeten we met Gods wetten?

De christelijke wetten zijn een belemmering voor de zelfontplooiing van de mens, vindt de humanist. Alle wetten zijn shit volgens de anarchist. De conservatief zweert bij law and order. De bezorgde burger wil een strictere naleving van de wet. De experimenterende tiener wil over het randje van de wet klimmen. Móet een mens zich houden aan wetten? En welke dan?

Religieuze mensen hebben hun eigen wetten, met als koplopers de moslims met hun Sharia. De meeste wereldreligies hebben wetten die - naar hun idee - het heil van individu en wereld moeten waarborgen. Zijn ze absoluut of relatief, nodig of juist overbodig, heilzaam of kwalijk, veranderlijk of juist niet? Vindt een mens innerlijke vrede en verlossing door het onderhouden van godsdienstige wetten? Om het nog ingewikkelder te maken, vinden we ook onder gelovigen kritiek op het verplicht stellen van de regels,waar anderen juist bij ‘zweren’. Hoe zit ‘t?

In het artikel ‘Hoe duur is genade?’ kondigde ik al aan dat ik iets zou schrijven over het nut of onnut van (goddelijke) geboden. Ik maakte in dat artikel duidelijk dat het onderhouden van geboden geen toegang verschaft tot Gods heil (vergeving, vernieuwing en eeuwig leven). Maar wil dat zeggen dat wetten geen nut hebben?

wat is de wet?

Een wet is een voor ieder verplichte regel, bedoeld om het leven te ordenen. Op overtreding ervan staan sancties. Godsdienstige wetten hebben ook die kenmerken, zij het dat de sancties mogelijk pas in de eeuwigheid duidelijk worden. Zij worden meestal nagevolgd vanuit een persoonlijke overtuiging, maar soms worden typisch religieuze wetten ook maatschappelijk verplicht gesteld, vooral binnen de Islam.

Alle wereldreligies hebben geboden over bijvoorbeeld heilige dagen, gebruiken, personen, gebouwen, voeding etc. Het opvallende van de weinige regels die Jezus geeft, is dat ze zo humaan zijn en weinig religieus van aard. Dat ligt anders met alle andere religieuze wetten, zelfs de joodse. Met deze laatste is het christelijke geloof zeer vertrouwd. Maar christenen geloven dat allerlei details slechts tijdelijk golden, en niet meer van belang zijn voor deze tijd. De wetten van de wereldreligies kennen allerlei (deels tegenstrijdige) details die het christelijke geloof als van weinig belang, willekeurig of pietluttig beschouwt, en soms ook als onrechtvaardig, zoals verschillende regels van de Sharia. In het vervolg heb ik het over de regels (wetten) van de Bijbel.

de zegen van de wet

In een discussie met vurige aanhangers van de joodse wet zei Jezus eens: “De sabbat is er voor de mens, en niet de mens voor de sabbat.” (Marcus 2:27) De sabbat is een belangrijk punt in het Jodendom. Maar Jezus laat hier één van zijn uitgangspunten zien: de wet is er om de mens te dienen, niet andersom. Een goede en juiste wet is een service aan de mens. Onderhouding ervan helpt om de kwaliteit van het leven te bevorderen. De wet beschermt. Maak je haar los van die primaire functie, dan verwordt ze tot een onding. Dan gaat het niet meer om kwaliteit, maar om centimeters, grammen en centen, niet meer om God en mens, maar om dingen. Dan verwordt de wet inderdaad tot een bedreiging en inperking van onze vrijheid. Maar tegelijkertijd wordt ze een middel in handen van sommigen om zichzelf te verhogen en anderen naar beneden te halen.

Neemt Jezus een loopje met de oude wetten van Israël? Onder geen beding. Hij maakt dat duidelijk in de Bergrede (Matteüs 5 – 7). “Denk niet dat Ik gekomen ben om de Wet of de Profeten af te schaffen. Ik ben niet gekomen om ze af te schaffen, maar om ze tot vervulling te brengen.” (Mat. 5:17) Jezus gaat niet tegen de Wet in, maar wel tegen de wetticisten en scherpslijpers die hun eigen dwangmatigheid aan anderen proberen op te dringen, ervan uitgaande dat dit grote zegeningen zal opleveren.

In feite grijpt Jezus terug naar de oorspronkelijke bedoeling van de Wet. Ze is een levenbrengend woord, bestaande uit de belofte van Gods nabijheid en zijn verlossing gepaard aan regels voor onze levensstijl. Geloofsbeleving en levensstijl horen bij elkaar. Het één werkt niet zonder het ander. Daarom noemt de Joodse filosoof Martin Buber de Wet: Weisung (aan-/verwijzing). Dat is een mooie omschrijving van het Hebreeuwse Torah; dat is veel meer dan het juridische woordje ‘wet’. Het is een oproep om het echte leven te vinden.

 

de wet naleven: een zichtbare geloofsbelijdenis

Wat is dan de functie van de Wet? Wel, we hebben regels nodig. Het navolgen ervan helpt ons om goed te leven, zowel persoonlijk, maatschappelijk als geestelijk. In de zeventiende eeuwse Nederlandse theologie werd dit treffend: ‘De weg der middelen’ genoemd. Navolging van de wet laat ons verlangen zien om God en mens te dienen. Ze is dan wel geen zaligmakend geloof, maar wel een manier om ons daarop voor te bereiden. Verwerping van de wet betekent onvermijdelijk: verwerping van de Wetgever.

De Wet redt niet, maar heeft wel een plaats in het voorbereiden van de mens op de ontmoeting met God. Daarover gaat het bijvoorbeeld in Galaten 3:24 – “Kortom, de wet hield toezicht op ons totdat Christus kwam, zodat we door ons vertrouwen op God als rechtvaardigen konden worden aangenomen.” In de oorspronkelijke tekst staat hier dat de wet een ‘tuchtmeester’ of ‘opvoeder’ is.

De Wet brengt ons aan de voeten van Jezus. Wie poogt om door nakoming ervan God gunstig te stemmen, vergist zich zeer. “Daarom is voor Hem geen sterveling onschuldig omdat hij de wet naleeft, want juist de wet leert ons de zonde kennen.” (Romeinen 3:20) Dat is de functie van elke wet, geestelijke en wereldlijke wetten beide. Wanneer de wet in werking treedt, is dat altijd ten gevolge van een overtreding. De wet registreert fouten, maar levert geen bonuspunten.

Als navolging van de Wet niet hetzelfde is als geloof, wat is het geloof dan? Dat behelst drie aspecten (zie mijn boek ‘Jesus multinational’), te weten: a/ vertrouwen (op Christus voor onze verlossing), b/ aanvaarding van Gods geopenbaarde waarheid en c/ navolging van zijn eeuwige geboden (let bijv. op het 3x in Romeinen gebruikte ‘gehoorzaamheid van het geloof’ als uiteindelijke doel van alle evangelisatie). Dit behelst het hele leven: onze emoties, ons denken en ons handelen.

Het ware geloof veronderstelt nakoming van de goddelijke wetten, ook al vormen ze niet de basis van ons behoud. De volgorde is niet: wetsonderhouding > behoud, maar: behoud > wetsonderhouding. Wie het geloof vindt, erkent de waarheid en de heerschappij van God, naar de door Hem gestelde condities.

wet en eeuwigheid

Hét grote verschil tussen Jezus en de wetticisten is, dat de laatsten menen dat godskennis en verlossing afhankelijk zijn van de mate waarin de mens de wet nakomt, wat Jezus juist ontkent. (Toentertijd vertegenwoordigden de Farizeeën een wettische religie bij uitstek. Denk tegenwoordig eens aan de joodse orthodoxie en vooral aan de islam.) Gods liefde geldt voor iedereen, leert Hij. Maar wat is dan de betekenis van de Wet? Waar is deze voor nodig?

Wetten zijn er niet om de hemel te verdienen of Gods gunst, maar ze zijn er voor orde en rust in het sociale, persoonlijke en geestelijke leven. Zonder wet heerst er chaos en doet ieder maar wat hem goeddunkt. Wie de wet onderhoudt, heeft daar zelf profijt van, maar het is geen betalingsmiddel voor de eeuwigheid.

Hoewel je met de Wet wet de hemel niet kunt verdienen, brengt ze veel goeds voort voor het dagelijkse leven. En méér dan dat. De Wet is een middel om jouw liefde voor God te tonen. Het is de regel van het verbond dat Hij met de gelovigen heeft gesloten. Wie Hem liefheeft, houdt zich aan zijn regels. Je verdient door navolging van de Wet Gods liefde niet, maar kunt die wel des te sterker beleven. Een mens kan onmogelijk Gods nabijheid en goedheid ervaren terwijl hij zich van Gods geboden afkeert. Nakoming van de Wet (of pogingen daartoe) zijn nog geen geloof,  maar wetteloosheid is wel: ongeloof.

Wetsonderhouding opent de hemel niet. Wetsovertreding als zodanig verergert de geestelijke verlorenheid van de mens niet. Maar toch is er een relatie. Bewuste overtredingen zijn pogingen om aan God te ontkomen. Die mens verdwaalt en raakt eraan gewend de stem van zijn geweten tot zwijgen te brengen. Hij raakt steeds verder verwijderd van de waarheid die hem kan behouden. Wie de Wet nakomt probeert zijn geloof in daden te belijden. Dus hoewel de Wet niet behoudt, ondersteunt ze wel ons geloof. 

de actualiteit van de strijd tussen genade en wet

De wereldreligies zien hun wetten als onmisbare middelen ter verwerving van het door hen beloofde heil. Naarmate iemand ze beter in acht neemt, zal het resultaat beter worden,  bijvoorbeeld doordat hij zich zo een betere uitgangspositie verwerft voor de eeuwigheid. Dat ligt anders in Christendom (en Jodendom), althans in hun oorspronkelijke vorm. Maar voortdurend zie je ook daar de neiging de Wet (en ook eigen bedachte regels) naar voren te schuiven als middel tot behoud. Dat is niet bijbels gefundeerd; het is veeleer een algemene misvatting.

Mensen proberen hun eeuwige heil te baseren op hun eigen prestaties. Ze vragen zich af: “Ben ik wel goed genoeg?” Het antwoord vanuit de Bijbel is altijd: “Nee”. Dat is het gevolg van het feit dat alle mensen zondaars zijn. De basis voor het behoud is Jezus en het geloof in Hem. Goede werken, zoals kerkgang, bijbelkennis, sociale daden of wetsnakoming, maken niemand acceptabel voor God.

Ook het tegengestelde speelt een rol. Sommigen laten geen enkele plaats meer open voor de wet in het leven van de gelovigen. Een verontrustend verschijnsel is de invloed van een prediker uit Singapore, Joseph Prince. In allerlei gemeenten is een nieuwe anti-wetsmentaliteit ontstaan onder zijn invloed. Hij overtrekt het ‘door genade alleen’, alsof dit zou betekenen dat we ons tegen elke poging om de Wet te onderhouden zouden moeten wapenen, zelfs als ‘regel der dankbaarheid’. Dit sluit goed aan bij het libertinisme, dat niet alleen de maatschappij doordrenkt, maar ook verschillende evangelische stromingen. Prince is eenzijdig en heeft me niet van zijn standpunten kunnen overtuigen. Ik houd het op dit punt liever bij de traditionele protestantse theologie.

het blijvende van de wet

In 1 Korintiërs 9 bespreekt Paulus zijn evangelisatiestrategie, waarbij hij zich zoveel mogelijk aan anderen aanpast. Hij wil geen aanstoot geven. Hij beschouwt zichzelf als ‘vrij’ van de typisch Joodse wetten, die niet eeuwig gelden. Maar dat wil nog niet zeggen dat hij geen enkele morele code navolgt. Hij komt dan in vers 21 met een belangrijk principe: “… Dit betekent niet dat ik de wet van God heb losgelaten, maar dat ik mij heb onderworpen aan de wet van Christus.” ‘Wet van God’ wijst, net als ‘wet van Christus’, op een blijvende morele code die door het geloof niet wordt opgeheven.

De Wet van Christus regelt niet allerlei details van het dagelijkse leven. Ze bestaat ook niet uit religieuze bepalingen. Die zijn er zelfs hoegenaamd niet. Maar waarheid, liefde, hulpvaardigheid en zorg voor mens en schepping zijn zaken die een gelovige vanuit zijn geloof nastreeft.

Wij staan ‘niet onder de wet’, zeggen sommigen en daarmee bedoelen ze dat volgens hen de Wet opzij is geschoven. Inderdaad staan we niet onder de wet, maar toch moeten we die navolgen. Ik ga uit van Romeinen 6:14. “De zonde mag niet langer over u heersen, want u staat niet onder de wet, maar leeft onder de genade.” Dit is onbegrijpelijk voor wie de Wet als niet meer geldend ziet. Wanneer de zonde over ons heerst, leven we in strijd met Gods wet én met de leer van de genade. Zonde betekent letterlijk zowel: wetsovertreding als: los van God zijn. Als de zonde over ons heerst, is onze relatie met God en mens ernstig verstoord. Er heeft zich een andere macht tussen God en ons ingewrongen. Hoe kunnen we dat veranderen? Door de Wet? Nee, want deze levert ons op zich geen kracht. Door Gods genade krijgen we die wel en tevens de behoefte én het vermogen om de juiste weg te bewandelen.

Genade en wet zijn geen tegenstellingen. Genade is Gods gunst, de Wet drukt Gods wil uit. Maar de genade behoudt en de Wet niet. Wanneer iemand de Wet verkeerd gebruikt, als middel om gered te worden, ontstaat er wel een conflict tussen Wet en genade. De Wet is niet fout, opgeheven of achterhaald; ze wordt door sommigen alleen verkeerd toegepast. De fout ligt bij de mens.

Jezus toont allerlei diepe inzichten in de oorspronkelijke bedoeling van de Wet. Daarmee onderscheidde Hij zich van zijn tijdgenoten, die van hun wettten (bestaande uit de Wet en allerlei zelfbedachte aanvullende regels) een ondraaglijk juk hadden gemaakt, voor de gewone mens bijna onnavolgbaar. Maar daar zagen ze dan wel het enige middel in om Gods gunst te verwerven. Jezus veegt de vloer aan met die opvatting. De Wet is goed, maar behoudt geen mens, omdat ze dat niet kan. Ze heeft vooral een humane en maatschappelijke functie. Daarop wijst Hij met de woorden: “Behandel anderen dus steeds zoals je zou willen dat ze jullie behandelen. Deze ‘Gulden Regel’ is het hart van de Wet en de Profeten.” (Matteüs 7:12)

vrijheid versus wetteloosheid

“Broeders en zusters, u bent geroepen om vrij te zijn. Misbruik die vrijheid niet om uw eigen verlangens te bevredigen, maar dien elkaar in liefde, want de hele wet is vervuld in één uitspraak: Heb uw naaste lief als uzelf.” (Galaten 5:13,14) Dit laat ons zien hoe we met de Wet moeten omgaan. Jezus heeft die niet terzijde geschoven. Het doel ervan is niet om de mens te ringeloren. De vrijheid, waar het hier over gaat, is niet die van de vrijdenkers, die menen dat de mens zich moet ontworstelen aan normen en plichten. Die vrijheid wordt juist geschapen en beschermd door die goddelijke normen. We zijn geroepen om vrij te zijn, niet zonder wet (wetteloosheid), niet onder de wet (wetticisme), maar volgens de Wet. Wetteloosheid is namelijk geen vrijheid, maar chaos.

Romeinen 6:15 geeft nog een aanvulling. “Betekent dit nu dat we vrijuit mogen zondigen omdat we niet onder de wet staan, maar onder de genade leven? Absoluut niet.” Hieruit kunnen we opmaken dat vrijheid en wetteloosheid niet samengaan. Vrijheid zonder grenzen is chaos, en chaos is gebondenheid; het brengt ons de tyrannie van het ‘recht’ van de sterkste en uiteindelijk een complete destructie. Daar loopt de moderne wereld voortdurend tegenaan. Het huidige denken is verziekt door haar onbegrip van ‘vrijheid’. De losgeslagen mens is niet vrij, maar valt ten prooi aan verslaving, eenzaamheid en walging.

voorlezing van de Wet in de kerkdienst

Veel evangelische gemeenten hebben niet de gewoonte de Tien Geboden voor te lezen in de eredienst, alhoewel dit een oude kerkelijke gewoonte is. Ze redeneren dat de gelovigen van het nieuwe verbond ‘niet onder de wet’ zijn. Dat is zo. Dat gold zelfs voor de gelovigen onder het ‘oude verbond’, wanneer we de woorden van Jezus goed begrijpen, want hij herstelde de Wet in haar oorspronkelijke betekenis. Degenen die ‘onder de wet’ leefden, maakten de principiële fout haar te verheffen tot een middel tot behoud.

Al leven we niet onder de Wet, de Tien Geboden zijn een goddelijk gebod voor alle mensen en alle tijden. Hoewel ze ons niet redt, spreekt ze ons geweten wel aan en ze wijst ons op de noodzaak van een Redder. Bovendien is het nakomen van de blijvende geboden (dit in onderscheid van de ceremoniële wetten, die slechts voor een bepaald volk – Israël - en voor een bepaalde tijd golden) een manier om ons geloof te uiten en onze dankbaarheid aan God. Dat is één van de mooie dingen uit de Heidelberger Catechismus, het leerboek van de reformatorische kerken. Deze typeert de (blijvende) Wet als ‘regel der dankbaarheid’. Wie God wil eren, leeft naar zijn wil.

Over het absolute en eeuwige karakter van de Tien Geboden zal ik nog eens schrijven. In het Nieuwe Testament blijven deze recht overeind staan. Hoewel we ‘niet onder de wet’ staan, leven we niet zonder wet, namelijk de eeuwige Wet die ook de Geest in onze harten legt (hét kenmerk van het nieuwe verbond volgens Jeremia en Ezechiël). Hij rust ons toe met buitengewone kracht en het verlangen om volgens die eeuwige regels te leven en zo te getuigen van de hoop die in ons is. En daarbij moet ieder bedenken: Wat gisteren goed en juist was, is het vandaag ook. Gods wil verandert niet met de tijd; dat is strijdig met Gods wezen en met zijn Woord dat eeuwig is.

Het is slechts een kwestie van de logica van het geloof om de lezing van de Tien Geboden op te nemen in de wekelijkse eredienst. Het moét niet, maar past perfect in ons geloof.

slotconclusie

Wij zijn geroepen om vrij te zijn, maar niet om wetteloos te zijn. Het staat zo duidelijk beschreven in Galaten 5:13. Zonder wet: chaos en slavernij, met de wet van Christus: de echte vrijheid.

Bram Krol

Abidjan, 11-02-2014

 Deze studie heeft me veel tijd gekost. Ik denk en hoop dat ik er over tien jaar nog zo over denk – in elk geval heugt mij de tijd niet dat ik hier anders over dacht. Maar om dat nu ook nog geordend en begrijpelijk op te schrijven is weer een ander verhaal. Hierbij heb ik dat gepoogd.

Lees ook het artikel over de Tien Geboden