2015270844.jpg

Een nieuwe horde zendelingen

Er is een verschuiving gaande in zendingswerk. Tal van gemeenten hebben eigen projecten, aangedragen door hun eigen leden. De pogingen om zendingsprojecten in handen te houden van gespecialiseerde organen, lijken mislukt. Er zijn gelovigen, die onbetaald zendingswerk doen. Sommigen zijn zeer effectief, al zijn ze door geen enkel genootschap uitgezonden. Ze werken in Peru, India, China, Ghana, Kenya, Cambodja en nog veel meer. Sommigen hebben zelfs lokale talen geleerd, om beter te werken. Ze vereenzelvigen zich sterk met ‘hun’ land of volk.

Het zijn VUTters en jongeren, sommigen met een hogere opleiding, maar dat is niet noodzakelijk. Ze hebben vaak hun eigen stichting, die hun werk bekostigt. Ze evangeliseren, of doen ondersteunend werk voor kerken in het buitenland, helpen met technische zaken (massamedia), of zorgen voor lektuur of theologische opleidingen. Vaak zijn ze ongewoon effectief.

Dat is opvallend. Blijkbaar is een gespecialiseerde opleiding - die zij niet volgden - niet in staat mensen zo ver te krijgen, als wat zij doen onder de indianen van het Amazonewoud of de groot-industriëlen in Sjanghai etc. Ze zijn erop uitgetrokken, volgden de stem van hun hart en de Geest, en doen geweldige dingen.

Deze veranderingen gaan deels ten koste van de landelijke zendingskas. Maar ze versterken de lokale betrokkenheid bij zending. Toch is het niet alles goud, wat er blinkt. Er worden soms blunders gemaakt. Goedgelovigheid is de eerste stap naar fraude... Soms steunen gemeenten - onwetend - groepen met een aanvechtbare theologie. Vaak worden projecten slecht opgezet en begeleid. Maar desondanks ben ik niet rouwig om deze ontwikkeling, al ben ik bevooroordeeld. Ik hoor zelf ook bij dit nieuwe zendingsgilde.

Is de wereldzending zó niet begonnen? Gemeenten stuurden gelovigen erop uit, en voordat er gemeenten waren, gaf Jezus dat voorbeeld. Die gelovigen zochten naar hun ‘open deuren’. Als ze die vonden, concentreerden ze zich daarop. Geen enkele zendeling in de eerste eeuw had een zendingsschool gevolgd. Elke gelovige werd tot zendeling opgeleid. “Verkondig het evangelie aan alle volken!”

De zending begon met vrijwilligers. We zijn terug bij ‘af’. Dat is prima. Zo hoort het uiteindelijk. Natuurlijk kunnen sommigen hun voordeel doen met verdere vorming. Maar zouden we de zendingsdeputaten en de zendingsvorming niet gewoon weer in de gemeente moeten brengen, als adviseurs en deeltijdtrainers voor lokaal zendingswerk? Die heroriëntatie is dringend nodig!

Bram Krol
Bron: Gezamenlijk Kerkblad, 12 juli 2008